![]() |
![]() |
![]() |
| Boeken Logboeken Maritiem periodiek: Scheepshistorie Tweehands boeken Halfmodellen |
Logboeken |
![]() ![]() Roelof Borsch en vrouw |
Het levenslogboek van Roelof Borsch, een jongen uit
Den Helder Mijn naam is Roelof Borsch, geboren 21 juli 1858 te Den Helder. Ik ben nu een oude man en wil u graag mijn verhaal vertellen. Nieuwediep was in die tijd een voorname zeehaven, altijd vol met ladende en lossende schepen. Het was daarom geen wonder dat alle Helderse jongens veel voor de scheepvaart voelden, ik daarbij niet uitgesloten. Ook mijn vader dankte zijn bestaan aan de scheepvaart en vanaf mijn negende jaar hielp ik hem een beetje aan boord van verschillende schepen. Toen ik 11½ jaar (1869) was en de lagere school had verlaten, wilde ik natuurlijk naar zee. Mijn vader vond mij echter te jong, maar ik dreef mijn zin door. Uiteindelijk kreeg ik door zijn toedoen een plaats op de bark Koning Willem II, de latere Heemse. In mei 1870 monsterde ik aan als kajuitsjongen. Mijn werk bestond uit tafeldekken, afnemen en borden wassen. De kajuit was beneden en in het begin gebruikte ik de trap als stoel, zodat ik onder het eten steeds bij de hand was. Zolang wij nog binnen lagen, waren de vrouw en kinderen van de kapitein ook aan boord. Een zoontje van vijf jaar, een kleine rakker, zei eens, toen ik op de trap zat te eten: ‘Ik zal je bemiegen.’ Eindelijk kwamen wij in de buitenhaven en zouden de volgende dag om drie uur vertrekken. Ik sliep die nacht nog thuis. Om twee uur wekte mijn vader mij en zei: ‘Kom jongen, ik zal je aan boord brengen.’ Ik was in vuur en vlam en nam afscheid van mijn huilende moeder: ‘Och kind, wees toch vooral voorzichtig.’ Ik stapte aan boord en niet lang daarna werden de trossen losgemaakt en ingehaald. De sleepboot bracht ons naar buiten en de zeilen konden worden bijgezet. Wij gooiden de sleepboot los. Op de omslag en in het logboek vindt u illustraties van de Nederlandse schilder Willem Eerland. 44 pagina's groot, een ringband, luxe oblong uitvoering |
![]() |
Norbert van den Berg, chroniqueur van de bark Scheveningen ‘Dinsdag 27 maart 1855 Wij zijn sedert enige uren een nieuw leven ingetreden; een eigenaardige, op zichzelf staande wereld. Het zal het toneel worden geheel en al verschillend van die, waarin wij tot dusver verkeerd hebben. Het is mijn voornemen om u van dat leven, een zeemansleven een zo getrouw mogelijk verslag te geven. Ik hoop daardoor hoofdzakelijk te
voldoen aan het verlangen van mijn waarde ouders, die mij immers bepaald op het
hart gedrukt hebben om tot in de kleinste bijzonderheden alles mede te delen
wat mij aan boord wedervaart. Ik meen daarin ook een middel te zien om enige
ogenblikken aangenaam door te brengen, om mijn andere bezigheden genoeglijk af
te wisselen. Dat leven zal natuurlijk veel opleveren wat nieuw, vreemd en
belangwekkend wezen zal, niet alleen voor ons, maar ook voor velen van u, die
nooit de vaste wal verlaten hebben en misschien, nu mijn persoontje zich aan de
zee heeft toevertrouwd, begerig zijn om zich een denkbeeld van een zeereis te
kunnen vormen.’ Het verslag is geschreven door Norbertus Petrus van den
Berg, geboren op 5 november 1831 te Rotterdam. Norbert werd, na een
vergelijkend examen in augustus 1854, aangesteld bij de Nederlandsche Handel
Maatschappij te Amsterdam, om, na een proeftijd in haar bureau aldaar, tezamen
met zijn vriend Albert Bauduin, te worden uitgezonden naar Nederlands-Indië,
teneinde in dienst te treden van haar factorij te Batavia. De Scheveningen had
15 januari 1855 zullen vertrekken uit Rotterdam, doch op 10 januari begon het
te vriezen, waarna de Maas in 4 à 5 dagen dichtvroor; de zeer strenge winter
van 1855 was ingevallen. Eerst 20 maart kon de Scheveningen van Rotterdam
vertrekken om, na ter rede van Brouwershaven op gunstige wind te hebben
gewacht, op 27 maart onder zeil te gaan. Ringband, luxe oblong uitvoering, 58 pagina´s, 29,7 x 21 cm. |